Financiëel


Dit hoofdstuk bevat de verantwoording over de financiële staat van het bestuur. Het geeft de belangrijkste financiële gegevens weer en is los van de jaarrekening te lezen. De eerste paragraaf gaat in op ontwikkelingen in meerjarig perspectief, de tweede paragraaf geeft een analyse van de staat van baten en lasten en de balans en in de laatste paragraaf komt de financiële positie van het bestuur aan bod.


3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief 3.2 Staat van baten en lasten en balans 3.3 Financiële positie

3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief

Leerlingen Het leerlingenaantal van Allente onderwijs is stabiel en zal dit naar verwachting de komende jaren ook blijven. Er zijn echter wel voortdurende ontwikkelingen in de huisvesting rondom enkele van onze scholen: de nieuwbouwwijken De Draai en Broekhorn in de gemeente Heerhugowaard, Westerdel en Broekrijk in de gemeente Langedijk en Nollen-Oost in de gemeente Alkmaar. De toename van het aantal leerlingen is vooral zichtbaar binnen de locatie Broek op Langedijk van De Phoenix, De Wijde Veert en De Helix. Daarnaast zien we een ontwikkeling dat ouders meer kiezen voor de scholen van onze stichting op basis van kwalitatieve keuzes gebaseerd op het aanwezige pedagogisch-didactisch concept in de school, het ervaren pedagogisch klimaat en de samenwerking met de kinder- en peuteropvang. Montessorischool Heerhugowaard is per 31 juli 2020 opgeheven. De leerlingen hebben verspreid een nieuwe plek gevonden op zowel scholen binnen ons bestuur als daarbuiten. De Barnewiel is per 1 augustus 2020 opgegaan in IKC Oudkarspel In de tabel worden de feitelijke leerlingenaantallen op 1 oktober 2019 en 1 oktober 2020 en het geprognosticeerde aantal leerlingen op 1 oktober van de jaren 2021 tot en met 2025 weergegeven:

FTE

De ontwikkeling van het aantal FTE en de verdeling over de te onderscheiden functiegroepen binnen Allente onderwijs zal er naar verwachting uitizien zoals aangegegeven in de tabel. De daling van het FTE van de scholen houdt verband met de tijdelijke inzet van leerkrachten op de corona subsidie. Deze subsidie liep tot de zomer van 2021 en is inmiddels verlengd tot het einde van 2021. Daarnaast dient formatie na een te hoge inzet in 2020 weer in lijn te worden gebracht met het leerlingenaantal en de beschikbare middelen in 2021. Voor een aantal vervangers loopt het contract per 31 juli 2021 af. De meeste vervangers zullen op dat moment zo mogelijk opnieuw ingezet worden. Op het Centraal Bureau is in de begroting een aantal vacatures opgenomen voor verschillende afdelingen.

3.2 Staat van baten en lasten en balans

Binnen de meerjarenbegroting ligt de focus op het continueren van de balans tussen de inkomsten en uitgaven, het verbeteren en duurzaam borgen van de onderwijskwaliteit, het vormgeven aan het proces van Passend Onderwijs en het werven en behouden van voldoende personeel t.b.v. het primaire proces. Staat van baten en lasten Gezien het gegeven dat een belangrijk deel van de exploitatiebegroting bestaat uit personele inkomsten en uitgaven, is het noodzakelijk om het personele bestand te laten meebewegen met de ontwikkeling van het

leerlingenaantal binnen de bestuurlijke organisatie enerzijds en de ontwikkelingen in de bekostiging, voor zover bekend, anderzijds. Door tijdig te sturen op deze ontwikkelingen, kunnen wij de continuïteit in de bedrijfsvoering van de stichting behouden. In de hierna gepresenteerde meerjarenbegroting is rekening gehouden met alle bekende effecten. Hieronder laten wij de Staat van baten en lasten over 2020 zien in vergelijking met de werkelijke cijfers van 2019 en de begroting voor 2020 en daarnaast de begroting voor de jaren 2021 tot en met 2023:

Algemeen Het exploitatieresultaat volgens de jaarrekening van 2019 betreft het geconsolideerde resultaat van 2019 van Stichting De Blauwe Loper en Stichting Atrium. Geconsolideerd is dit resultaat negatief, maar bevat evenwel de extra bekostiging die heeft gediend ter dekking van de uitvoering van het CAO akkoord in de negatieve geconsolideerde begroting voor 2020. De begrote exploitatieresultaten zijn voor de komende jaren negatief. In tegenstelling tot voorgaande jaren wordt dit niet zo zeer veroorzaakt door groei en eerder dan bekostigd inzetten van formatie, maar door de gewijzigde verwerking van bouwkundige verbeteringen die eerder aan de voorziening groot onderhoud zijn onttrokken. Het begrote resultaat voor 2021 is negatiever dan de jaren 2022 t/m 2023. Er is voor de formatie van schooljaar 2020-2021 ingezet op een hoger geprognosticeerd leerlingenaantal dan de telling per 1 oktober 2020 uiteindelijk liet zien. Uitgaven die later worden gedaan en afschrijvingslasten die gedekt worden uit de opgebouwde bestemmingsreserves, mogen volgens de regels niet rechtstreeks in reserves worden geboekt. De bestedingen staan daarom in de exploitatierekening, hetgeen mede bijdraagt aan het negatieve exploitatieresultaat, terwijl de dekking ervan pas bij bestemming van dat resultaat naar voren komt. In de meerjarenbegroting is nog geen rekening gehouden met het Nationaal Programma Onderwijs dat de komende jaren moet gaan faciliteren in het inhalen van vertragingen als gevolg van corona en het in gang zetten van vernieuwing op scholen. Er is ook nog geen rekening gehouden met de vereenvoudiging van de bekostiging, die nu gepland staat per 1 januari 2023. Als gevolg van deze vereenvoudiging, waarbij de beschikking overgaat van schooljaar naar kalenderjaar, zal in 2022 de vordering op OCW (circa 1 miljoen euro) moeten worden afgeboekt. Deze last zal voor 2022 worden begroot.

Resultaat 2020 Het resultaat van 2020 is veel positiever ten opzichte van de begroting voor 2020. Verschillende baten die we niet hadden begroot, zoals groeibekostiging, zijn niet of nog niet uitgegeven. De groeibekostiging dient vooral ook ter dekking van reeds ingezet personeel op basis van T = 0. Dit draagt bij aan een positiever resultaat. In 2020 heeft het UWV de eerder door de besturen betaalde transitievergoedingen uitgekeerd. Verder zijn veel budgetten, zoals het scholingsbudget, prestatieboxen en vacatureruimte op het Centraal Bureau, niet uitgegeven. Een deel van de genoemde voordelen is via resultaatbestemming bestemd naar de specifieke reserves. Bekostiging Zowel ten opzichte van 2019 als ten opzichte van de begroting voor 2020 is de bekostiging toegenomen. Dit heeft verschillende oorzaken. Er is meer groeibekostiging ontvangen in 2020 en de bekostigingsbedragen per leerling zijn ook hoger. Met dit laatste kon aan de verplichtingen uit hoofde van de CAO worden voldaan. Er zijn ook specifieke subsidies ontvangen, zoals die voor het Inhaal- en ondersteuningsprogramma COVID-19 en de fusiebekostiging. Tot slot zijn er meer middelen ontvangen van het Samenwerkingsverband. Deze middelen worden slechts beperkt begroot. Ten opzichte van 2019 zijn echter juist minder middelen van het Samenwerkingsverband ontvangen, maar hiertegenover weer meer Onderwijs Achterstandsmiddelen. Overige overheidsbijdragen en Overige baten In 2020 heeft Allente onderwijs verschillende medewerkers voor een langere periode gedetacheerd naar andere besturen of het Samenwerkingsverband. De gemeente heeft verder alsnog de Bredeschoolsubsidie voortgezet, die eerder zou worden beëindigd. Tot slot is ook het niet begrote herstel van schade door vandalisme bij de gemeente gedeclareerd.

Personeelslasten Het gemiddelde aantal FTE is licht gedaald van 241 in 2019 naar 239 in 2020. Dit is niet direct terug te zien in de cijfers ten opzichte van vorig jaar. In 2020 is een CAO verhoging van 4,5% doorgevoerd en zijn daarnaast verschillende eenmalige uitkeringen gedaan. Hierdoor is per saldo juist een forse toename van de loonkosten te zien. Binnen de loonkosten is ook nog sprake van een lage dekkingsgraad van de inzet van de vaste vervangers, doordat deze medewerkers veel noodopvang hebben gedaan. De hogere kosten voor rekening van het bestuur worden gecompenseerd door niet ingevulde vacatures op scholen en het centraal bureau, door de lagere loonkosten als gevolg van de sluiting van Montessorischool Heerhugowaard en door transitievergoedingen die Allente onderwijs in het verleden aan medewerkers heeft betaald en nu door het UWV gecompenseerd zijn. In de overige personeelslasten is te zien dat scholing van medewerkers in veel mindere mate heeft plaatsgevonden. Dit heeft alles te maken met de bijzondere omstandigheden in 2020. Omgekeerd hebben wij wel meer gebruik gemaakt van extern personeel dan verwacht, door de tijdelijke invulling van een directiepositie. Vorig jaar was deze post ook hoog vanwege de ad-interim bestuurder bij Stichting Atrium.

Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn in 2020 fors hoger dan begroot en vorig jaar vanwege de bouwkundige vernieuwingen die nu worden geactiveerd en afgeschreven. Daarnaast is een aantal oude en niet meer aanwijsbare activa afgeschreven, samenhangend met de sluiting van Montessorischool Heerhugowaard en de integratie van de activa-administratie in Afas Profit.

Huisvestingskosten De totale huisvestingslasten zijn op het niveau van 2019, maar hoger dan begroot. Met name de onderhoudslasten zijn hoger door uitgaven die we met de correctere toepassing van de verslaggevingsregels niet meer aan de voorziening groot onderhoud konden onttrekken. Ook de uitgaven voor onderzoek naar de ventilatie op scholen was niet van te voren voorzien. Daartegenover is het schoonmaakonderhoud juist lager. Onderhoud van een aantal vloeren is uitgesteld. Ook zijn beurten uitgevoerd in plaats van regulier schoonmaakwerk tijdens de lockdown periode. Tot slot zijn schoonmaakwerkzaamheden uitgespaard vanwege de sluiting van de Montessorischool Heerhugowaard.

Overige lasten De overige lasten zijn veel lager dan vorig jaar en lager dan begroot. Hierin is een tweetal effecten te onderkennen. Allereerst hebben we kunnen besparen op de administratieve lasten na de fusie door te werken met één administratiekantoor, één accountant en één Raad van Toezicht. Maar daarnaast is ook in deze rubriek merkbaar dat door Covid-19 budgetten als die van de Prestatiebox niet zijn uitgegeven. Middelen zijn via de reserves bestemd om alsnog in de nabije toekomst te worden uitgegeven ten behoeve van de gestelde doelen.


De balans voor Allente onderwijs in meerjarenperspectief is te zien in het overzicht.

De cijfers in de meerjarenbalans zijn aangepast aan de werkelijke cijfers van 2020 en wijken om die reden iets af van de eerder gepresenteerde meerjarenbegroting.

In de meerjarenbalans valt allereerst de toename per 31 december 2020 van de materiële vaste activa enerzijds en de voorzieningen anderzijds op. Dit wordt veroorzaakt door de herrubricering van onttrekkingen van de voorziening groot onderhoud die in 2020 alsnog als bouwkundige vernieuwingen onder de materiële vaste activa zijn gepresenteerd. Eind 2019 zijn de kortlopende schulden hoog. Dit heeft vooral te maken met ons aandeel in de verbouwingskosten van IKC Oudkarspel, die we eind 2019 aan de gemeente Langedijk verschuldigd waren. Voor de meerjarenbegroting hebben we een stabiele positie van vorderingen en schulden als uitgangspunt genomen. De vorderingen bestaan voor een belangrijk deel (circa € 1 miljoen) uit een vordering op OCW voor het verschil tussen de geboekte baten en de werkelijk


ontvangen baten. De vordering loopt elk jaar af op het einde van het schooljaar, als de volledige bekostiging voor het schooljaar is ontvangen. Bij overgang naar de vereenvoudigde bekostiging op 1 januari 2023, zal vanaf dat moment worden bekostigd op kalenderjaarbasis en wordt de vordering op OCW oninbaar. De vordering zal worden afgeboekt in 2022, waardoor zowel de vorderingen als het eigen vermogen met circa € 1 miljoen zullen verminderen. Het vermogen neemt de komende jaren licht af met de geplande negatieve exploitatieresultaten. Een deel van het vermogen is bestemd. Een deel van deze bestemde reserves betreft middelen uit onder meer de Prestatiebox en het Werkdrukakkoord en zullen binnen de bovenstaande periode van drie jaar worden ingezet. Omdat het exacte moment van de inzet nog niet bekend is, is er nog geen rekening mee gehouden. Het gaat om circa een derde van de bestemde middelen.

3.3 Financiële positie

Kengetallen & reservepositie

Het rentabiliteitspercentage zal de komende jaren negatief zijn als gevolg van de vooruit gefinancierde groei op sommige scholen en het verder benutten van de bestemmingsreserves. Het weerstandsvermogen zal daarmee geleidelijk gaan afnemen. In 2025 is dit percentage nog steeds boven het voor de stichting gewenste niveau van 11% tot 15%. Hoewel de rentabiliteit de signaleringsgrens passeert, zal dit in samenhang met de interne beheersing van kosten, de beheerste uitputting van de bestemmingsreserves en de andere kengetallen die een gunstig beeld tonen, niet tot problemen leiden binnen deze begrotingsperiode. Alleen wanneer groei van het leerlingenaantal aanhoudt, zal tijdens deze periode moeten worden nagedacht overeen andere wijze van formatietoekenning De cijfers in de kengetallen zijn aangepast aan de werkelijke cijfers van 2019 en wijken om die reden iets af van de eerder gepresenteerde meerjarenbegroting.

Bovenmatig eigen vermogen

Vanaf 2020 hanteert de Inspectie van het Onderwijs de “signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen”. De gedachte achter de signaleringswaarde is dat publiek onderwijsgeld optimaal aan onderwijs wordt besteed en niet onnodig in reserves vastzit. De Inspectie heeft berekend bij welke besturen er over 2019 sprake is van mogelijk bovenmatige eigen vermogen en hierover gerapporteerd in de Financiële Staat van het Onderwijs. In het overzicht is het mogelijk bovenmatige deel van het eigen vermogen van Allente onderwijs berekend volgens de voorgeschreven methode. De ratio feitelijk versus normatief eigen vermogen ligt voor de stichting rond de 1,30. In 2019 lag deze hoger, vanwege de tijdelijk bestemde middelen per 31 december 2019 ten behoeve van de uitvoering van de CAO afspraken in 2020. De ratio toont dus een mogelijk bovenmatig eigen vermogen. Echter, een deel van het eigen vermogen van Allente onderwijs is bestemd en het is ook de bedoeling dat van dit bestemde geld op korte termijn een deel wordt uitgeven. Hierbij valt de denken aan niet uitgegeven middelen uit de Prestatiebox of het Werkdrukakkoord die doorgeschoven worden naar het volgend kalenderjaar. Daarnaast zal de al eerder genoemde vordering die besturen hebben op het ministerie van OCW en die als gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging in 2022 komt te vervallen, moeten worden afgeboekt. Voor Allente onderwijs betekent dit een afboeking van circa € 1 miljoen ten laste van het resultaat van 2022. Daarmee zal het mogelijk bovenmatig eigen vermogen nagenoeg verdampen.

Verantwoording beleid